Onafhankelijke koepel van 43 beroepsverenigingen uit acht sectoren met circa 57.000 leden.
Aangesloten bij de Vakcentrale voor Professionals.

Dekkingsgraad

De pensioenen bij ABP, PMT, PME en PFZW worden in 2017 niet verlaagd.

Voor het bepalen of er per 1 april 2017 moet worden gekort, is de hoogte van de actuele dekkingsgraad op 31 december 2016 cruciaal. Pensioenfondsen moeten wel door middel van een herstelplan aantonen dat de beleidsdekkingsgraad (zie onder voor toelichting en vergelijking) binnen 10 jaar op de vereiste hoogte van 128% is. Bij de opstelling van dat plan mogen de fondsen uitgaan van een enigszins optimistische ontwikkeling van de belangrijke parameters.

Mede onder invloed van de strengere regel voor indexering hebben geen van de hier gevolgde fondsen per 1-1-2017 en per 1-1-2016 kunnen indexeren. Voor de meeste was dit per 1-1-2015 ook het geval: alleen Bpf BOUW, Post.nl en KPN hebben toen wel - gedeeltelijk - kunnen indexeren.

De ontwikkeling van de dekkingsgraad tussen 30 november en 31 december wordt niet alleen zoals in andere maanden bepaald door enerzijds de renteontwikkeling en anderzijds de rendementen, maar ook door zaken als een jaarlijkse correctie op grond van bestandsontwikkelingen en van illiquide beleggingen. Hierdoor verschillen de maand op maand ontwikkelingen tussen de fondsen in december sterker dan in overige maanden.

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de dekkingsgraden over wat langere termijn zichtbaar gemaakt.

Naast de ontwikkeling van het belegd vermogen heeft de ontwikkeling van de rente een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Om de verplichtingen naar de toekomst te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de "rekenrente" zijnde de nominale rentetermijnstructuur (zero-coupon). zoals maandelijks bekend gemaakt door DNB. De sinds ultimo september 2012 toegepaste z.g. UFR zorgt voor een lichte correctie van marktverstoringen voor looptijden van 20 jaar of langer. De invoering van de UFR leidde toen tot een verhoging van de dekkingsgraad tussen de 2,5 en de 4%. De gemiddelde leeftijd binnen een fonds heeft hier grote invloed op, hoe jonger het fonds hoe groter het effect: bij het ABP was het effect toen 2,7%. Welke rente dient te worden gebruikt hangt enerzijds af van de looptijd van de verplichtingen (hoe ouder het fonds, hoe korter de looptijd) en anderzijds van de mate en vorm van de renteafdekking. Elk fonds heeft derhalve een "eigen" rekenrente. Om toch een indruk te geven, is onderstaand de ontwikkeling van de rekenrente voor een looptijd van 17 jaar weergegeven.

Vanaf 31 december 2011 heeft DNB een correctie toegepast op de rentetermijnstructuur door deze te baseren op een driemaandsgemiddelde. Hierdoor werden eventuele grote schommelingen uitgemiddeld. Hierdoor werden besluiten over indexeringen en kortingen iets minder onderhevig aan de waan van de dag. Omdat rentemutaties ook aan de vermogenskant effecten hebben, maar daar niet kunnen worden gemiddeld, ontstaat een wat scheef beeld bij het berekenen van de dekkingsgraad. Zonder de middeling zou de dekkingsgraad overigens 31 december 2013 gemiddeld 1 procent hoger zijn uitgekomen, dus ook hier zijn voor- en nadelen.

Vanaf 1 januari 2015 wordt een twaalfmaandsmiddeling (elke maand een voortschrijdend gemiddelde van de laatste 12 maanden) van de gehele dekkingsgraad gehanteerd. Een twaalfmaandsgemiddelde loopt per definitie achter op de ontwikkelingen, waardoor bij een opwaartse tendens een korting hoger kan uitvallen dan zonder middeling. Uiteraard ook omgekeerd: bij een neerwaartse tendens een lagere korting. In de onderstaande grafiek wordt het effect van zo'n twaalfmaandsgemiddelde voor het ABP weergegeven. Bij toepassing vanaf ultimo 2009: ultimo 2009, 2010 en 2012 een lagere dekkingsgraad als uitkomst en alleen in 2011 een hogere. De korting per 1 april 2014 zou 3,1% hebben bedragen.

Vanaf 2015 wordt de zogenaamde 'beleidsdekkingsgraad' gebruikt. Deze dekkingsgraad is geen momentopname, maar een twaalfmaandsgemiddelde. Wel vervalt in 2015 de driemaands middeling van de rentetermijnstructuur. De dekkingsgraad eind 2014 van het ABP berekend via de oude methode was 101,1%; de beleidsdekkingsgraad per 31-12-2014 zou 104,7% hebben bedragen. DNB heeft bepaald dat de UFR per 15 juli 2015 op een andere manier wordt bepaald. Deze aanpassing volgt het advies van de Commissie UFR. De nieuwe berekeningsmethode leidt tot een UFR die op dat moment 3,3% bedraagt. Dit is lager dan de tot dan toe gehanteerde UFR van 4,2%. De nieuwe UFR leidt tot een lagere dekkingsgraad, hoe jonger het fonds hoe sterker het effect. In de beleidsdekkingsgraad is het volledige effect pas na 12 maanden zichtbaar.

 
Deel deze pagina: